Het orgel

‘Jubilanti pastori -grati parochiani' , staat op de kas van het orgel. Dankbare parochianen boden in 1903 aan de jubilerende pastoor P.A. de Bruijn bij gelegenheid van zijn zilveren pastoraat dit nieuwe orgel aan. Het werd gebouwd door Michael Maarschalkerweerd, die de orgelmakerij van zijn vader Pieter, leerling van Jonathan Batz, een eigen gezicht heeft gegeven. Aanvankelijk overheerste nog het typisch Hollandse in de structuur van de gebouwde orgels. Ze bestonden uit een hoofdwerk, een bovenwerk en een vrij pedaal. De claviatuur bevond zich middenvoor in de onderkas. Deze orgels vallen op door hun verzorgde makelij in een vaak fraaie neogotische kas. Later werden de orgels gebouwd waarin de Franse principes wat betreft hun dispositie, technische aanleg en klankgeving overheersen. Sleepladen, een mechanische traktuur en de toepassing van het Barker-systeem om de toetsdruk te verlichten kenmerken deze orgels. Orgelbouwer Maarschalkerweerd luidde een nieuwe periode in de orgelbouw in, omdat hij het in Engeland en Duitsland al langer gebruikte pneumatische systeem ging toepassen.

Het in 1903 gebouwde orgel in deze kerk heeft dit systeem, dat een combinatie is van pneumatiek en elektrotechniek. Magneten, membranen en kegels brengen het contact tussen toets en pijp tot stand. De maker van de kas is niet bekend. Het orgel telde aanvankelijk 17 stemmen: 9 op manuaal 1, 6 op manuaal 2 en 2 pedaalstemmen. De zwelkast werd door een voettrede bediend. In 1917 werd een windmotor in het orgel aangebracht, waardoor geen orgeltrappers meer nodig waren. Door de firma Vermeulen uit Alkmaar werd in 1960 de speeltafel verplaatst omdat de organist tegelijk de directie van het koor moest voeren. Ook het pijpwerk werd gerenoveerd en nieuwe membranen werden aangebracht.

Een algehele restauratie van het orgel volgde in 1966. De heteluchtverwarming van de kerk had het oude windladesysteem danig aangetast. Ook het pijpwerk moest onder handen worden genomen. Bij de restauratie, opnieuw door de firma Vermeulen, werden 9 registers verwijderd en werden 10 nieuwe geplaatst waaronder de mixtuur 4-6 st. Ook het voetregister 'crescendo' werd aangebracht, speciaal op verzoek van de organist. Sindsdien telt het orgel 19 stemmen op manuaal 1, 6 op manuaal 2 en 4 op het pedaal. De bestaande koppels en vaste combinaties bleven gehandhaafd. Ook het pijpwerk van manuaal 2 in de zwelkast bleef.

Opnieuw vanwege de invloed van de heteluchtverwarming vond in 1985-1986 een totale restauratie plaats, waarbij het orgel ook een nieuwe plek kreeg in het linker transept. Acties onder de parochianen en gift van het Anjerfonds maakten deze restauratie mogelijk. Orgelbouwer P.C. Bik uit Leiden nam het werk ter hand. Na een jaar buiten dienst te zijn geweest kon het orgel op Pinksteren, 19 mei 1986, weer bespeeld worden. Met 2 nieuwe blaasbalgen, gehuld in een nieuwe kas maar met het oude front en een ongewijzigde dispositie. Adviseur bij deze restauratie was de heer A. van Eck, lid van de Katholieke Klokken- en Orgelraad. In augustus 1994 werd door orgelbouwer P.C. Bik een nieuwe windmotor aangebracht.

Hoogfeest van Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming 15 augustus 1999

Pastoor J .L. Groenewegen

TERUG