Het interieur

Het interieur, oorspronkelijk grotendeels in schoonbaksteenwerk uitgevoerd, kreeg in de eerste jaren na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) met zijn ingrijpende vereenvoudiging van de liturgie en de daarmee verbonden versobering van het kerkgebouw, een cementbepleistering die in 1980 -kort voor het eeuwfeest van het kerkgebouw -werd vervangen door een stuclaag in crème kleur. De oorspronkelijke neogotische altaren in de absis en de zijkapellen, de gebeeldhouwde preekstoel links van het presbyterium, die decennialang aan de pijler ter rechterzijde was bevestigd, en de communiebanken verdwenen voor een deel al in het begin van de vijftiger jaren. De zijaltaren, aan de Heilige Maagd Maria en aan St. Jozef toegewijd, werden in 1951 vervangen door de nu aanwezige zijaltaren met hun Latijnse inscripties. Het huidige altaar waaraan de Eucharistie gevierd wordt, werd na het Concilie verplaatst naar waar het nu op de reeds eerder verhoogde vloer van het presbyterium staat.

In 1955 werd in de absis een nieuw groen geaderd marmeren blok geplaatst met daarop het tabernakel, ontworpen door w. Harzing uit Driebergen-Rijsenburg. De zes grote kandelaars en de Godslamp zijn ontworpen door het vermaarde atelier Brom te Utrecht. Kandelaars en Godslamp zijn in 1995 en 1999 gerenoveerd en aangepast aan het geheel van de inrichting van het priesterkoor. In de grote transeptarmen bevinden zich gebrandschilderde ramen in neogotische stijl uit de bouwtijd of kort daarna. In het zuidelijke raam is de Doop van Christus voorgesteld en in het noordelijke de Annunciatie. Ook de absisvensters bezitten neogotisch gebrandschilderd glas met voorstellingen van de instelling van het Carmelscapulier, de Tenhemelopneming van Maria en de overhandiging van de Rozenkrans door Maria aan de Heilige Dominicus.

In de zijbeuken bevinden zich kruiswegstaties, geschilderd door eerder genoemde J. Dunselman. Het orgel werd in 1985 vanuit het oksaal in het noordertransept opgesteld. Het werd getuige de inscriptie, en ter vervanging van het misschien meegenomen orgel uit de eerste parochiekerk, vervaardigd door de firma Maarschalkerweerd te Utrecht, in 1903. Het bezit een neogotische kas. Bij de verplaatsing werd het orgel gerestaureerd. In 1995 werd een ondergrondse verbinding tussen de verplaatsbare speeltafel en de orgelkas aangelegd.

In het middenschip en het transept hangen zes grote en twee kleine lichtkronen in neogotische stijl, afkomstig uit de in 1981 afgebroken kerk van de vroegere parochie van de Heilige Engelbewaarders aan de Brandtstraat. De gehele kerk, uitgezonderd het noordertransept, staat nog vol met eikenhouten banken vanuit de begintijd.

TERUG