Groeiende kracht

Het vogelhuisje dat in de voortuin hing bleef maar leeg. Of nou de plek verkeerd was, of de invliegopening te klein weet ik niet, maar jaren lang bleef het leeg. Op een dag heb ik het maar weggehaald. Het plekje heb ik gebruikt voor een ander kastje. Het oude kastje moest ik even kwijt. In afwachting van het echte opruimen heb ik het aan de paal voor het appelboompje gehangen. Af en toe keek ik ernaar en op zekere dag zag ik een paar pimpelmezen belangstellend in de rondte vliegen. Hoewel er aan de buitenkant niets te zien was, merkte ik aan de vliegdrukte dat er binnen iets bijzonders aan de hand was. Als ik tegen het kastje tikte, dan was het een geluid van jewelste. Daar gebeurde iets.

De kersttijd hebben we afgesloten, maar ik wil er voorzichtig nog even aan herinneren. De kerk was mooi versierd en deze keer wel heel bijzonder. In de bloemstukken rond het altaar en bij de kribbe waren katoenvruchten verwerkt, van die witte bollen, met draadjes zaadjes. Van die draadjes kunnen vaardige handen katoen spinnen. Toen ik ze zag moest ik meteen denken aan een groter verband, van Kerstmis naar Pasen. De bollen van de katoen, de doeken in de kribbe, vormen een lange lijn naar de zweetdoek en de windsels van de tweede geboorte, de opstanding die wij met Pasen vieren.

Laatst zei iemand tegen mij:”Hoe zit dat nou met dat feestjaar, ik hoor er zo weinig over, doen jullie wel iets?” Ik heb beleefd antwoord gegeven, maar van binnen was ik wel een beetje verbaasd. We hebben al zoveel geschreven over het feest, er stonden stukjes in de wijkkrant, in de Haagsche Courant, in de nieuwe Loosduinse Krant, het bord achterin de kerken, we hebben een website, die over het feest informeert (olvh125.nl). Met al die hulpmiddelen proberen we het feest zo breed mogelijk te maken, iedereen erbij te betrekken. Want u weet, het moet een feest worden, waar ieder van u op eigen wijze iets moois van over houdt. We kunnen dichter bij elkaar komen, alle parochianen uit twee parochies. Zoals ze vijftig jaar geleden in goed harmonie uit elkaar voortkwamen, kunnen ze nu weer samensmelten en daarmee de basis leggen naar de volgende vijftig jaar.

En als ik dan om me heen kijk, dan zie ik al eerste tekenen. Mensen praten over het feest. De spullenmarkt wordt voorzien van spullen en eerste klanten hebben zich gemeld. Een voorzichtige start van het cultureel evenement dat wij op 2 april houden. Een dag om vrij te houden!

In De Bron van januari stond het parochielied afgedrukt, dat Andries Govaart speciaal voor ons en voor ons feest  heeft geschreven. Op 26 februari komt Rochus Franken, die bij  ons stage liep de viering verzorgen. Feestelijke hoogtepunten, die ons laten warm lopen voor het grote feest.

Het kastje in de voortuin trekt de aandacht. Ik merk dat de pimpelmezen erin slapen, elke nacht. Van buiten valt er nog weinig te zien. Binnen worden mosjes uitgespreid en zachte draadjes. Nog even en er gebeurt iets moois. Een groot feest, voor ieder die er bij betrokken is.
Dat gebeurt ook in onze parochie. Er wordt hard gewerkt. Je ziet maar weinig. Veel mensen zijn bezig om iets te bedenken of te maken. Een “wonder”, waar straks eenieder van geniet die bij onze parochie betrokken is.

Gerard van Dijk

 

terug